RIJKERE VISFAUNA DOOR DYNAMISCH VERBINDEN VAN MOERASGEBIEDEN MET OPEN WATER?

December 2025

auteurs

Marker Wadden   Joep de Leeuw (Wageningen Marine Research)

Joep de Leeuw

(Wageningen Marine Research)

Marker Wadden   Kyra Beeftink (Universiteit van Amsterdam)

Kyra Beeftink

(University of Amsterdam)

Marker Wadden   Joey Volwater (Wageningen Marine Research)

Joey Volwater

(Wageningen Marine Research)

Ondiepe oeverzones en moerasgebieden zijn belangrijke paai- en opgroeigebieden voor jonge vis en dragen bij aan een soortenrijke visfauna. Omdat zulke gebieden in het Markermeer grotendeels ontbraken, zijn nieuwe natuurgebieden als Marker Wadden aangelegd en wordt overwogen de Oostvaardersplassen te koppelen aan het meer. Waar de dynamiek van Marker Wadden een thuis biedt aan een relatief rijke visstand, kennen de Oostvaardersplassen een eigen visfauna. Wat betekent het verbinden van moerasgebieden met het Markermeer voor de visfauna?

In opdracht van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Provincie Flevoland hebben we dit jaar onderzocht welke vissoorten voorkomen in de moerasgebieden van Marker Wadden en de Oostvaardersplassen, en hoe het beheer van moerasgebieden de visfauna bepaalt. Waterpeil, moerasinrichting en verbindingen met open water blijken daar een belangrijke rol in te spelen.

Eilandenarchipel met zachte oevers
Het Markermeer heeft zo’n 200 kilometer grotendeels harde, steile oevers van basaltblokken, waar wind en golven vrij spel hebben. Voor ontwikkeling van natuurlijke, ondiepe land-waterovergangen (moerasgebieden), die kenmerkend zijn voor natuurlijke meren, zijn kunstgrepen nodig. In Marker Wadden zijn ondiepe moeraszones aangelegd die in open verbinding staan met het Markermeer. Binnen deze eilandenarchipel, die slechts 1 procent van het meeroppervlak beslaat, is zo’n 30 kilometer zachte en beschutte oever aan de bestaande 6 kilometer toegevoegd [1]. Winddynamiek en fluctuerend waterpeil zorgen er voor een hydrologische dynamiek die met name goed merkbaar is in de geulen die de moerasgebieden met het open water verbinden. Het blijken ook deze geulen te zijn die voor vissen de belangrijkste verbindingen vormen tussen de ondiepe moeraszones en de natuurlijk ontwikkelende oevers op Marker Wadden en het open water. Vooral vanaf het voorjaar, wanneer het waterpeil wordt opgezet naar het hogere zomerpeil, zijn grote delen toegankelijk voor vissen die de ondieptes benutten als paai- en opgroeigebied. Door maandelijks fuiken paarsgewijs in een viertal geulen te plaatsen konden we de in- en uittrek tussen de moerasgebieden en het open water volgen [2]. Anders dan Marker Wadden liggen de rietmoerassen van de Oostvaardersplassen geïsoleerd en op een platte zeebodem met weinig variatie in waterdiepte en dynamiek. De visgemeenschap hier bestaat momenteel uit een beperkt aantal soorten die zich het best hebben aangepast aan hoge watertemperaturen en zuurstofarme perioden in de zomer. In het zuidelijk deel van het gebied ligt een systeem van sloten, de Oostvaarderssloten, waar enkele jaren geleden een vispassage is aangelegd die verbindt met de Lage Vaart (een groot doorgaand kanaal in Flevoland). Ook in de Oostvaardersplassen en het slotensysteem hebben we maandelijks met fuiken de visstand bemonsterd.

Marker Wadden   Tabel 1   Nederlands   PDF
Tabel 1. Frequentie van voorkomen* van jonge vis (eerste groeiseizoen) en oudere vis in de geulen van het bezoekerseiland van Marker Wadden (links), de Oostvaardersplassen (midden) en de Oostvaarderssloten (rechts). De sloten zijn verbonden met de Lage Vaart door een vistrap in de Kitstocht.

Verschillen in visfauna
Tabel 1 toont de resultaten van de tellingen in de drie gebieden, opgesplitst in jonge vis (jaarklasse 2025) en oudere vis. Afbeelding 1 illustreert de veranderingen tijdens het groeiseizoen. De verschillen tussen de drie gebieden zijn groot. In de geulen van Marker Wadden werden 21 soorten aangetroffen, zowel oudere als jonge vissen, met een grote variatie in habitatvoorkeuren. Driedoornige stekelbaars, snoek, blankvoorn en later in het voorjaar ook karper zijn typische soorten die de vegetatierijke oevers en moerasgebieden benutten als paai- en opgroeigebied. Andere soorten als baars, snoekbaars en pos paaien op grotere diepte in het Markermeer, maar in de loop van de zomer trekken veel jongen naar Marker Wadden om daar verder op te groeien. In de ondiepe, geïsoleerde Oostvaardersplassen werden 10 soorten aangetroffen, waaronder karper, giebel, ruisvoorn en marmergrondel; soorten die aangepast zijn aan ondiep water waar de watertemperatuur kan oplopen en de zuurstofgehalten laag kunnen zijn. Deze bijzondere visgemeenschap kennen we ook van bijvoorbeeld brede vloedvlaktes van de Wolga, waar ondiepe plassen bij lage waterstanden soms bijna droog kunnen vallen. Opvallend is dat we in 2025 ook van deze soorten hoegenaamd geen jongen aantroffen, terwijl dat in andere jaren aanzienlijk meer kan zijn. In de Oostvaarderssloten vonden we 12 soorten en een visfauna die het midden hield tussen die van Marker Wadden en de Oostvaardersplassen.

Verbinding met dieper water en zee
Het belang van verbindingen tussen moerasgebieden en open water geldt in het bijzonder voor soorten als aal en driedoornige stekelbaars, die een deel van hun leven op zee doorbrengen. Driedoornige stekelbaarzen kunnen ook hun volledige levenscyclus volbrengen in zoete afgesloten wateren, maar blijven dan kleiner dan hun zeegaande soortgenoten. Hoewel driedoornige stekelbaars in sommige jaren algemeen kan zijn in de Oostvaardersplassen, vonden we er in 2025 vrijwel geen stekelbaars. Dit kan te maken hebben met de uitzonderlijk lage waterstanden. In het voorjaar werd de soort wel aangetroffen in de vistrap die de Lage Vaart met de Oostvaarderssloten verbindt. Gezien hun lengte van 5 à 6 centimeter kwamen deze vermoedelijk van zee. Op Marker Wadden werden in het vroege voorjaar zoals verwacht veel meer stekelbaarzen aangetroffen. Ook het voorkomen van jonge baars, snoekbaars en pos illustreert hier het effect van verbindingen met dieper water.

Marker Wadden   Afbeelding 1   NederlandsAfbeelding 1. Aantallen (per fuikpaar) jonge (eerste groeiseizoen) en oudere vis voor baarsachtigen (blauwe kleuren) en karperachtigen (groene kleuren) in geulen van Marker Wadden , de geïsoleerd gelegen Krentenplas in de Oostvaardersplassen (midden) en de Oostvaarderssloten (verbonden met de Lage Vaart door een vistrap in de Kitstocht).

Winddynamiek en waterpeil
Windgedreven verschillen in waterpeil (hoger bij westenwind, lager bij oostenwind) zorgen op Marker Wadden voor in- en uitstroom van nutriënten en sediment via de geulen. Dit draagt bij aan dynamische vorming van habitats waar stroomminnende soorten als winde, roofblei en alver van houden. In de Oostvaardersplassen is die dynamiek veel beperkter en worden deze soorten op een enkele winde na niet aangetroffen. Ook voor uitheemse grondelsoorten die zich de afgelopen twee decennia in Nederland uitbreidden zien we verschillen: op Marker Wadden zijn soorten die van open en/of licht stromend water houden (zoals zwartbekgrondel en Pontische stroomgrondel) algemeen, terwijl in de Oostvaardersplassen juist een soort die van stilstaand water houdt en goed aangepast is aan slikrijke bodems (marmergrondel) talrijk is.

Vissen en vogels
In het beheer van Marker Wadden en de Oostvaardersplassen spelen visetende watervogels, zoals lepelaars, reigers, futen en dodaars een belangrijke rol. Voor deze vogels vormen kleine vissen als driedoornige stekelbaarsjes, grondels en jonge vis van overige soorten de belangrijkste voedselbron. In de ondiepe wateren van Marker Wadden volgt de aanwezigheid van deze kleine vissen jaarlijks een voorspelbaar seizoenspatroon. In de Oostvaardersplassen, waar voortplanting en een groter aanbod jonge vis geen gegeven is, varieert dat per jaar. De grote oppervlakken ondiep water maken echter wel dat kleine vissen, wanneer voldoende aanwezig, op grote schaal blootgesteld zijn aan predatoren. In de Oostvaarderssloten lijken de aangelegde vistrappen voor een voorspelbaardere bron van kleine vis te kunnen zorgen, waarbij een vergelijkbare seizoensdynamiek waargenomen werd als op Marker Wadden. We zien dan ook dat reigers en lepelaars beide moerasgebieden benutten, maar dat de mate waarin dat gebeurt sterk varieert gedurende het groeiseizoen en tussen verschillende jaren. Omgekeerd wordt de visstand van de Oostvaardersplassen gekenmerkt door een voorspelbare, grote hoeveelheid grote vissen, met name karpers. Deze vormen, zeker bij droogval, een aantrekkelijke voedselbron voor bijvoorbeeld zeearenden.

Habitatvariatie
De vergelijking die we hier gemaakt hebben tussen de Oostvaardersplassen en Marker Wadden geeft een aantal handvatten die interessant kunnen zijn voor de inrichting van moerasgebieden. Het verbinden van moerasgebieden met open, dieper water verruimt de habitatkeuze van vissen gedurende het groeiseizoen en hun levenscyclus aanzienlijk. Het tegennatuurlijke waterpeil in het Markermeer lijkt daarbij niet direct ongunstig. In de paaiperiode is het water voldoende hoog voor volwassen vissen om ondiepe gebieden op Marker Wadden te bereiken, en ook voor jonge vissen zijn deze gebieden ‘s zomers toegankelijk. Via de open verbindingen kunnen vissen vervolgens naar dieper water trekken voor de winter. Belangrijke voorwaarde is dat het peilbeheer niet ten koste gaat van moerasontwikkeling en een geschikte vishabitat. Ook in de ondiepe Oostvaardersplassen is het van belang het water zodanig op peil te houden dat moerasvegetatie bereikbaar blijft voor jonge vis en dat er voldoende water staat zodat kleine vis kan overleven. Naast fijnregulatie van het waterpeil kunnen verbindingen met diepere delen in de omgeving, zoals met de Lage Vaart of het Markermeer, ook belangrijk zijn voor de overleving van jonge vis en soorten die gevoeliger zijn voor zuurstofdepletie. Via vistrappen kunnen vissen weliswaar naar het slootsysteem trekken, maar het is nog onbekend of dit een significante route voor uittrek is en of ook de plassen hiervan kunnen profiteren. Ook zijn we bezig met bureaustudies om te onderzoeken in hoeverre vishevels kunnen helpen om visverbindingen tussen de Oostvaardersplassen en het Markermeer mogelijk te maken. Hoewel dergelijke kunstmatige verbindingen zeker kunnen bijdragen aan een rijkere visfauna, heeft het via geulen verbinden van moerasgebieden met open wateren als meerwaarde dat dit de milieudynamiek en habitatvariatie vergroot en daarmee de ecologische diversiteit op grotere schaal. Los daarvan hebben de geïsoleerde Oostvaardersplassen met een daarop aangepaste visgemeenschap een intrinsieke eigenwaarde, van een in Nederland schaarse habitat. Geconcludeerd kan worden dat het samenspel van peilbeheer, moerasontwikkeling en verbindingsmogelijkheden de visfauna bepaalt, waarbij goed afgewogen beheerkeuzes gemaakt moeten worden.

Samenvatting

De open verbindingen van Marker Wadden met het Markermeer zorgen voor een dynamisch systeem en maken een rijke en robuuste visstand mogelijk. In de Oostvaardersplassen leeft een beperkter aantal soorten die zich het best hebben aangepast aan warm en zuurstofarm water. Vispassages vergroten hier de soortenrijkdom. Hoewel dergelijke kunstmatige verbindingen kunnen bijdragen aan een rijkere en robuustere visfauna, heeft het via geulen verbinden van moerasgebieden met open water als meerwaarde dat dit de habitatvariatie en ecologische diversiteit op grotere schaal vergroot. Het samenspel van peilbeheer, moerasontwikkeling en verbindingsmogelijkheden bepaalt uiteindelijk de visfauna, waarbij goed afgewogen beheerkeuzes gemaakt moeten worden.

Bronnen

  1. De Leeuw, J.J. et al. (2023) Creating wetland islands to enhance shoreline habitat for fish recruitment in a modified shallow lake, Aquatic Conserv: Mar Freshw Ecosyst., 34, e4052.
  2. De Leeuw, J.J. et al. (2025) Vissen in de Oostvaardersplassen 2025; Vismonitoring in plassen, sloten en vispassages en historisch overzicht visonderzoek. Wageningen Marine Research rapport C088/25
  3. Kranenbarg, J. et al. (2022) Visatlas van Nederland. RAVON, Sportvisserij Nederland, Noordboek