DE LEVENDIGE BOERENSLOOT: RESULTATEN VAN EEN LANGDURIGE MONITORINGSSTUDIE

Juni 2025

auteurs

Marit van Santen kopie zw

Marit van Santen

(FLORON, Stichtse Rijnlanden water board)

Michiel Verhofstad kopie zw

Michiel Verhofstad

(FLORON, Stichtse Rijnlanden water board)

Hugo Beekelaar 6 kopie 2

Hugo Beekelaar

(Stichtse Rijnlanden water board)

Om een goede toestand in het water te bereiken is zowel de chemische als ecologische kwaliteit van belang. De aanwezigheid en variatie van oever- en waterplanten bepaalt mede de ecologische kwaliteit van het water. Vooral in agrarische gebieden laat de biodiversiteit in en rond het water echter vaak te wensen over. Agrariërs zetten zich daarom in om de ecologische waterkwaliteit te verbeteren door sloten natuurlijker in te richten en ecologisch beheer toe te passen. Maar welke effecten hebben deze beheer- en inrichtingsmaatregelen op de ecologische kwaliteit van sloten in het agrarisch gebied?

Maatregelen om kwaliteit te verbeteren Per 1 januari 2016 is het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) ingevoerd met als doel een efficiënt agrarisch natuurbeheer met natuurwinst. Sommige agrariërs rondom Utrecht zijn hun sloten gaan beheren met verschillende ANLb-beheerpakketten. Zo wordt er bijvoorbeeld geen bagger op de slootkant gebracht, om de hoeveelheid voedingsstoffen in het oppervlaktewater te verminderen. Bij ‘ecologisch slootschonen’ blijft een deel van de begroeiing staan. Het aanleggen van een botanisch waardevolle weiderand is een andere maatregel, waarbij tevens minder chemische onkruidbestrijdingsmiddelen mogen worden gebruikt en zo het uitspoelen van voedingsstoffen naar het oppervlaktewater wordt beperkt. Door één keer per jaar te maaien en het maaisel af te voeren, wordt de weiderand over de jaren voedselarmer.

In sommige sloten is de Rode Lijstsoort Krabbenscheer aangetroffen. Krabbenscheer is te herkennen aan haar rozet van langwerpige bladeren, met op elke bladtand een stekel. Deze plant is tevens de waardplant van verschillende soorten libellen, waaronder de beschermde Groene glazenmaker. Deze libellensoort zet haar eitjes alleen af op krabbenscheerplanten. Sommige agrariërs hebben in hun sloten daarom maatregelen ten behoeve van deze waterplant uitgevoerd. Anderen hebben veranderingen in de inrichting van hun sloten aangebracht door natuurvriendelijke oevers (NVO’s) aan te leggen.


Figuur 1 NL
Afbeelding 1. Gemonitorde sloten t.b.v. deze studie in beheergebied HDSR [3].

Methode
Om het effect van de verschillende beheer- en inrichtingstypen - ANLb-beheerpakketten, Krabbenscheerbeleid en NVO’s - in beeld te kunnen brengen, zijn tientallen sloten in het beheergebied van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden tussen 2016 en 2021 door vrijwilligers en professionals gemonitord op oever- en waterplanten [1] (zie afbeelding 1). De effecten worden gemeten via verschillende ‘effectvariabelen’: de ecologische kwaliteitsratio’s voor de KRW (EKR-scores), de bedekkingsgraad van verschillende groepen planten, de soortenrijkdom en de floristische score. Voor de floristische score krijgen aanwezige planten een score gekoppeld aan botanische waarde volgens het floristische puntensysteem ‘Vanuit de Rand’ [2]. Deze waardescores worden bij elkaar opgeteld. Een floristische totaalscore van 25 of hoger wordt gezien als ‘goed’. 

Het onderzoeken van meerdere variabelen naast enkel de EKR-score kan aanvullende ecologische en verdiepende informatie verschaffen over kwaliteit en mogelijke veranderingen in de slootvegetatie. Om de veranderingen in vegetatie met één van deze ecologische maatregelen te kunnen duiden zijn tevens referentiesloten opgenomen in de monitoring, waarin geen speciale maatregelen zijn genomen. 

Per effectvariabele is gekeken of er 1) een significante verbetering is tussen de begin- en eindwaarde per beheeren inrichtingstype, 2) een significant verschil in eindtoestand tussen beheer- en inrichtingstypen is, waarbij wordt gecorrigeerd voor startwaarden en 3) een verschil in eindtoestand is tussen beheer- en inrichtingstypen. Om iets te kunnen zeggen over de chemische waterkwaliteit zijn KRW-factsheets uit 2015 en 2021 voor de waterlichamen nabij monitoringslocaties geraadpleegd. Deze bevatten informatie over de algemene fysisch-chemische kwaliteit, specifiek verontreinigende stoffen en (niet-) ubiquitaire stoffen.

Resultaten en discussie
EKR-score
Gemiddeld hebben de onderzochte sloten, KRW-watertype Laagveenvaarten en -kanalen en Gebufferde laagveensloten, een ontoereikende algemene ecologische kwaliteit volgens de EKR- kwaliteitsparameters. Als we kijken naar het effect van beheer- en inrichtingsmaatregelen, is te zien dat de ecologische kwaliteit bij NVO’s en in mindere mate Krabbenscheersloten iets is toegenomen, maar deze toename is voor geen enkel van de beheer- en inrichtingstypen statistisch significant gebleken (afbeelding 2). Deze suboptimale ecologische kwaliteit is deels te verklaren door de lage talrijkheid van specifieke groepen planten (zie hieronder).


Figuur 2 NL
Afbeelding 2. De begin- en eindwaarde voor de EKR-deelscore overige waterflora per beheer- en inrichtingstype [3].

 

Bedekking groeivormen
Er zijn namelijk weinig grote drijfbladplanten (bijvoorbeeld Gele plomp), submerse en emerse planten aangetroffen in de sloten. Deze groeivormen komen dus in de onderzochte trajecten gemiddeld nog niet in optimale bedekking volgens KRW-normen voor. Vooral de bedekking van onderwaterplanten en grote drijfbladplanten is nog niet voldoende. De abundantie van draadalg, emerse planten en grote drijfplanten is door de jaren heen niet sterk veranderd in sloten met beheer- en inrichtingsmaatregelen. Wel nam de bedekking van ondergedoken planten gemiddeld toe bij ANLb-sloten, maar niet bij de andere beheer- en inrichtingstypen. De bedekking van draadalg en kroos was meestal laag in de onderzochte sloten. Dat past bij het streefbeeld. Onder eutrofe/hypertrofe omstandigheden kan kroos namelijk het wateroppervlak domineren en het daardoor afsluiten van licht en zuurstof. In de gemonitorde sloten is er geen indicatie dat kroos andere waterplanten negatief beïnvloedt. Het bedekkingspercentage van drijvende algenbedden is over het algemeen voor alle beheer- en inrichtingstypen laag.

Soortenrijkdom
Langs 100 meter sloot vonden vrijwilligers gemiddeld 40 verschillende soorten oeverplanten, op één locatie zelfs 85 verschillende oeverplanten. Algemene soorten (bijvoorbeeld Liesgras, Moeraswalstro en Veelwortelig kroos) kwamen het meest voor en de dominant aanwezige soorten, zoals Liesgras, Pitrus en Harig wilgenroosje, wijzen op voedselrijke omstandigheden. Dit is in lijn met de lage floristische score. Naast algemene soorten treffen we een aantal zeldzame soorten aan. Ook het zeer zeldzame Rossig fonteinkruid is in één sloot gevonden. Opvallend was dat de algemene soortenrijkdom van planten in de oeverzone toenam in de onderzoeksperiode voor zowel de ANLb-, Krabbenscheer- als de referentiesloot. Dit duidt mogelijk op een verbetering door beheer in het algemeen of de kwaliteit van de standplaats. 

Daarnaast is te zien dat de soortenrijkdom van planten in de oeverzone piekt in 2017 (zie afbeelding 2). Dit zou kunnen komen doordat 2017 een zeer natte zomer had, waardoor de oeverzone mogelijk verbreed is richting het perceel. In de waterzone zien we (nog) geen toename van het aantal soorten.

Net als in ander onderzoek [3] zien we dus vooral verbetering van de soortenrijkdom in de oeverzone en niet in de waterzone. Beheer (en aanleg NVO) richt zich op de oever, terwijl in de watergang de watervoerende functie belangrijk is. Om onderwatervegetatie te stimuleren en behouden is het belangrijk dat de sloten niet dichtgroeien en verlanden. Aangezien sloten inherent smal en ondiep zijn, kan dit snel gebeuren. Als gevolg kunnen hoge oeverplanten zelfs bij aanwezigheid van open water in het midden van de sloot licht wegnemen voor groei van onderwaterplanten. Om de soortenrijkdom in de waterzone toe te laten nemen is het belangrijk dat de oevervegetatie geen lichtinval wegvangt. Gefaseerd maaien in de oeverzone om verschillende groeivormen te stimuleren is daarom aan te raden. Daarnaast is ook belangrijk om bij de aanleg en het beheer ruimte te creëren en te behouden voor onderwaterplanten.

Figuur 3 NL
Afbeelding 3. Soortenrijkdom van de planten in de oeverzone per jaar. Stippellijnen zijn de individuele meetpunten en de dikke lijn is het gemiddelde waarbij de balken de standaardfout in dat jaar symboliseren [3].

 

Floristische score
De gemiddelde floristische score is laag: vijf punten. We zien enkel een statistisch significante gemiddelde toename in floristische score bij sloten met ANLb-beheer. Echter kwam de eindmeting gemiddeld niet in de buurt van de 25 punten (goede score).

Ecologische en chemische waterkwaliteit
Deze resultaten laten een beperkt effect zien van beheer op ecologische kwaliteit van de sloten. Dit kan deels verklaard worden door een grote variatie van effectvariabelen tussen de jaren en weinig consequent gemonitorde lange meetreeksen, waardoor langdurige trends vooralsnog verborgen blijven. Bij dit soort studies zijn meerdere lange, consequente monitoringsreeksen van belang.

Welk effect de chemische waterkwaliteit heeft gehad op de slootvegetatie is in deze studie niet getest. Wel is de algemene fysisch-chemische waterkwaliteit van de waterlichamen nabij monitoringslocaties volgens de KRW-factsheets over 2015 en 2021 aan de ene kant ‘niet slecht’ en verbeterde deze in enkele gevallen zelfs [4]. Zo waren de totaal gemeten concentraties fosfor en stikstof ‘matig’ of ‘goed’. Echter, specifieke verontreinigende stoffen (bijvoorbeeld ammonium) voldeden zowel in 2015 als 2021 niet aan de norm. Ubiquitaire stoffen (zoals kwik) en niet-ubiquitaire stoffen (bv. fluorantheen), voldeden over het algemeen ook niet aan de norm. Voor ubiquitaire stoffen is het vaak lastig om de waterkwaliteit te verbeteren, omdat de concentraties van deze stoffen maar langzaam afnemen. Van niet-ubiquitaire stoffen is het mogelijk de concentraties snel te verminderen door bijvoorbeeld lozing van industrie te beperken of maatregelen te nemen om emissies te verminderen.

Zowel verbetering van beheer en inrichting (gefaseerd maaien in de oeverzone, ruimte creëren en behouden voor onderwaterplanten), als verbetering van (verdere) standplaatsconditie, zoals, water- en bodemkwaliteit en indien relevant het tegengaan van herbivorie door rivierkreeft (niet meegenomen in deze studie) is waarschijnlijk nodig om tot toetsbare goede ecologische kwaliteit te komen.

Samenvatting

Tientallen sloten in het agrarisch gebied rondom Utrecht zijn tussen 2016-2021 gemonitord om de effecten van ecologisch beheer, beheer gericht op krabbenscheer en aanleg van natuurvriendelijke oevers, te analyseren op ecologische kwaliteit. Gemiddeld scoorden de onderzochte sloten nog onvoldoende en is er een beperkt effect te zien van ecologische beheer- en inrichtingsmaatregelen op ecologische kwaliteit tussen 2016-2021. Dit is deels te verklaren door de beperkte bedekking van ondergedoken planten en grote drijfbladplanten. De soortenrijkdom van planten op de oever is toegenomen, maar om deze ook in de waterzone toe te laten nemen, blijken extra maatregelen nodig.

Bronnen

  1. Van Santen, M. & Verhofstad, M. (2022). Levende boerensloten bij HDSR: Een evaluatie van de floristische kwaliteit (Living farmer’s ditches within the HDSR management area: an evaluation of floristic quality). FLORON project final report: FL2021.187. Floron, Nijmegen.
  2. Weeda, E. J. (2011). Vanuit de rand gezien: een vegetatieonderzoek van sloten en wallen in het boerenland van de Noordelijke Friese Wouden (Seen from the edge: a vegetation survey of ditches and banks in the farmland of the Northern Frisian Woodlands) (No. 2127).
  3. Verhofstad, M., Herder, J., Peeters, E. & Van Zuidam, J. (2022). Kunstmatig natuurlijk. Een evaluatie van de meerwaarde van natuurvriendelijke oever (Artificially natural: an evaluation of the added value of nature-friendly banks). Data: 2017–2021. Report no. FL.2017.034.e3
  4. Water Information and Data Centre, Water Quality Portal (2024). WFD fact sheets for the HDSR management area. https://waterkwaliteitsportaal.nl/krw-factsheets, accessed May 2025