OEVEREROSIE REMMEN IN DE PRAKTIJK MET DOOR DE NATUUR GEÏNSPIREERDE ADAPTIEVE ONTWERPEN

Juni 2025

auteurs

Jim van Belzen zw KLEINER

Jim van Belzen

(Royal Netherlands Institute for
Sea Research, WUR)

Chiu Cheng zw KLEINER

Chiu Cheng

(HZ University of
Applied Sciences)

Jaco de Smit KLEINER

Jaco de Smit

(HZ University of
Applied Sciences)

Tjeerd Bouma

Tjeerd Bouma

(Royal Netherlands Institute for Sea Research, Utrecht University)

Oevererosie wordt vaak bestreden met harde ingrepen. Die aanpak voorkomt meestal verdere afslag, maar kan ook natuurlijke processen en ecosystemen verstoren en biedt weinig flexibiliteit.

In de natuur ontstaan structuren die zowel stabiliteit bieden, als meebewegen met veranderende omstandigheden. Schorren, gorzen en schelpdierriffen vormen levende, zelforganiserende bufferzones die erosie remmen zonder (te) rigide te zijn [1]. Deze combinatie van flexibiliteit en robuustheid biedt aanknopingspunten voor innovatieve oplossingen in het waterbeheer. In plaats van vooraf vastgelegde constructies te bouwen, onderzoeken we of adaptieve, op de natuur geïnspireerde structuren zich in de praktijk kunnen ontwikkelen tot effectieve oeverbescherming. Deze aanpak testen we in de Oosterschelde: een voormalig estuarium waar sinds de aanleg van de stormvloedkering en compartimenteringsdammen grootschalige oevererosie optreedt.

In eerdere projecten zijn hier kunstmatige oesterriffen toegepast als onderdeel van de ‘bouwen met natuur’-aanpak. Binnen het project Werken met Waterlandschappen zetten we nu een volgende stap: we onderzoeken hoe ruimtelijke vormgeving deze maatregelen kan verbeteren, niet alleen als golfdemper maar ook met oog voor hervestiging van waterplanten en andere ecologische functies.


06 erosie Oosterschelde Figuur1
Afbeelding 1. Schematische weergave van golfdemping door verschillende ruimtelijke opstellingen van biogene structuren. Blauwe pijlen geven gedempte golfenergie aan, rode pijlen tonen golfenergie die ongehinderd door het landschap kan bewegen.

Van natuurlijk proces naar ontwerpprincipe
In de Oosterschelde en elders zijn kunstmatige schelpdierriffen toegepast als ‘bouwen met natuur’-maatregel. Deze damachtige structuren dempen golven, beperken erosie en werken als substraat voor schelpdieren. Ze zijn effectief, maar missen de flexibiliteit en zelforganisatie van natuurlijke riffen. Natuurlijke riffen bestaan vaak uit onregelmatige clusters met open plekken en hoogteverschillen. Deze ‘patchy’ (organische) structuur zorgt voor een dynamisch, adaptief landschap dat meebeweegt met zeespiegel en sedimenttransport. Ze bevorderen niet alleen sedimentvastlegging en biodiversiteit, maar vormen ook een robuuste golfbreker. 

Deze eigenschappen waren de inspiratie voor een nieuw ontwerpprincipe: geen vast eindbeeld, maar een modulair systeem dat zich aanpast aan de omgeving. Uit een voorstudie [2] blijkt dat geclusterde opstellingen effectief golven breken én ecologisch rijker zijn dan starre dammen (afbeelding 1). Door ze los van de schorrand te plaatsen, blijft ruimte over voor natuurlijke ontwikkeling. Een lineaire dijk dempt met name golven in de dwarsrichting, maar heeft weinig effect op golven die langs de kustlijn bewegen. In een organische opstelling worden golven uit verschillende richtingen juist effectiever gebroken. Om de optimale configuratie te bepalen, gebruiken we een evolutionair algoritme dat varianten test op onder meer golfdemping, erosiereductie en sedimentatie (afbeelding 2). Zowel modelsimulaties als fysieke proeven kunnen helpen bij de selectie. Zo ontstaat een modulair ontwerp dat aangepast kan worden aan lokale omstandigheden en in reactie op de landschapsdynamiek— zoals natuurlijke systemen dat doen.

Van principe naar praktijk: de pilot bij Rattekaai
Om het ontwikkelde ontwerpprincipe in de praktijk te toetsen, is een pilot opgezet op de slikken voor het schor van Rattekaai, in de Kom van de Oosterschelde. In dit gebied zet zandhonger schorranden onder druk. Zandhonger ontstaat door een onbalans tussen opbouwende en afbrekende processen in het intergetijdengebied [3]. Door verminderde getijstroming wordt minder sediment aangevoerd, terwijl golven langzaam sediment eroderen en naar diepere delen verplaatsen. Hierdoor verdwijnen slikken en eroderen schorranden [3]. Op locaties zonder steenstorting slinkt het schor hier gemiddeld met zo’n halve meter per jaar, terwijl natuurlijke verjonging uitblijft [2]. 

Het ontwerpprincipe bestaat uit twee fasen. In een verkennende (exploratie-) fase worden mogelijke configuraties breed onderzocht. In een verfijnde (optimalisatie-) fase, waarin de geselecteerde variant in het veld verder wordt geoptimaliseerd. Boven het schema zijn in afbeelding 2 drie foto’s weergegeven: een natuurlijk oesterrif(links), een lineair, damvormig oesterrif als conventionele ontwerpbenadering (midden) en een organische configuratie van schanskorven (rechts) als uitkomst van het hier beschreven ontwerpprincipe. 

De pilot bij Rattekaai biedt een unieke kans om op de natuur geïnspireerde oeverbescherming in de praktijk te testen. Door traditionele rijshoutdammen te vergelijken met de organische schanskorven, ontstaat een waardevol leertraject over de effectiviteit van verschillende benaderingen. De losse, strategisch geplaatste elementen vormen samen een robuust geheel dat aangepast kan worden aan de morfologische dynamiek van slik en schor. 

Binnen twee blokken zijn vier proefpercelen ingericht van elk 25 bij 25 meter, met 25 meter tussenruimte. Eén perceel fungeert als controle zonder structuren. In een tweede perceel is een traditionele rijshoutdam aangelegd van 0,5 meter hoog over de volle breedte. Daarnaast zijn twee varianten getest met schanskorven (0,5 x 0,5 x 0,5 m), gevuld met oesterschelpen. Beide varianten hebben dezelfde bedekkingsgraad van 6% van het perceeloppervlak, maar verschillen in ruimtelijke spreiding: willekeurig verdeeld of geclusterd in groepen. De hypothese is dat geclusterde structuren effectiever zijn in het dempen van langere golven, die de meeste erosie veroorzaken. 

De configuraties zijn met behulp van een evolutionair zoekalgoritme geoptimaliseerd voor maximale golfdemping, zowel dwars op de kust als langs de kustlijn (afbeelding 1). In maart 2024 zijn de structuren geplaatst, bewust op enige afstand van de schorrand, zodat de werking en reikwijdte op de omgeving goed gemeten kunnen worden. 

Gedurende de pilot worden de hoogteontwikkelingen tussen, achter en rondom de structuren systematisch in kaart gebracht met behulp van een laserscanner. Nu, een jaar na aanleg, zijn al de eerste duidelijke positieve veranderingen te zien. Ook meten we de golfcondities en sedimentdynamiek, om de effectiviteit onder wisselende weersomstandigheden te toetsen. De komende jaren zal worden onderzocht of en wanneer verplaatsing dichter naar de schorrand nodig is om schorverjonging te ondersteunen, en welke configuraties het meest robuust blijken als door de natuur geïnspireerde oeverbescherming.

06 erosie Oosterschelde Figuur2
Afbeelding 2. Het evolutionaire ontwerpprincipe voor de ruimtelijke configuratie van ‘biogene’ structuren

Discussie
In dit artikel hebben we laten zien hoe het door de natuur geïnspireerde ontwerpprincipe richting kan geven aan de ontwikkeling van toekomstbestendige oplossingen voor oevererosie. Hoewel de omstandigheden in de Oosterschelde specifiek zijn, is de onderliggende aanpak breed toepasbaar. Overal waar voldoende ruimte is voor ruimtelijke inpassing, bieden door natuur geïnspireerde, adaptieve ontwerpen een kansrijk alternatief voor traditionele, starre oeverbescherming. De eerste resultaten van de pilot bij Rattekaai onderstrepen deze potentie. Hoewel het nog te vroeg is voor definitieve conclusies over de morfologische en ecologische effecten, zijn de eerste signalen veelbelovend: zowel binnen als achter de structuren treedt zichtbaar sedimentatie op en ook de golfdemping werkt zoals verwacht. 

Door te werken met losse, geclusterde elementen ontstaat een flexibele en schaalbare inrichting, die mee kan veranderen met de natuurlijke processen. Dat maakt deze ontwerpen niet alleen toekomstbestendiger, maar vergroot ook de kans op natuurlijk herstel van biodiversiteit. Tegelijkertijd vraagt deze aanpak om een andere werkwijze dan bij conventionele oplossingen: het ontwerpen en optimaliseren van geschikte configuraties vergt reken- en ontwerpinspanningen. Eenvoudige rekenregels en zogeheten reduced complexity-modellen (waar bijvoorbeeld afbeelding 1 op gebaseerd is) kunnen dit proces versnellen en helpen om in een vroeg stadium realistische en effectieve ontwerpvarianten te kiezen. 

Een belangrijk voordeel van de ontwikkelde ontwerpcyclus is dat deze ruimte biedt voor meervoudige optimalisatie. Naast golf- en erosieremming kan ook tegelijkertijd gestuurd worden op biodiversiteit, landschappelijke kwaliteit en beleving. Dit maakt het mogelijk om, samen met lokale stakeholders, robuuste en breed gedragen oplossingen te ontwikkelen. Een logische vervolgstap is daarom het inzetten van de ontwerpcyclus samen met fotorealistische visualisaties voor gebiedsontwikkeling, waarin varianten interactief kunnen worden verkend en verfijnd [4]. Zo draagt deze aanpak niet alleen bij aan waterveiligheid en ecologische meerwaarde, maar ook aan de beleving en waardering van het landschap. 

De pilot bij Rattekaai laat zien dat werken met natuurlijke principes niet alleen een technische oplossing biedt, maar ook vraagt om een andere manier van denken over oeverbescherming. In plaats van controle en fixatie staat het benutten van natuurlijke dynamiek centraal. Dat vraagt om flexibiliteit in ontwerp én beheer: ruimte laten voor aanpassing, monitoring en doorontwikkeling is essentieel voor succes. Juist deze adaptieve benadering biedt een veerkrachtige strategie voor een veranderend landschap, en daagt uit om oeverbescherming niet als eindpunt, maar als een adaptief leerproces te benaderen.

Dit onderzoek is uitgevoerd binnen het project Werken met Waterlandschappen. Dank gaat uit naar Paul Vertegaal en Mariëlle Schenk (Natuurmonumenten) en Jeroen Veraart (WUR) voor ondersteuning, TKI Deltatechnologie en Natuurmonumenten voor de financiering van het onderzoek en de provincie Zeeland voor het bekostigen van de testopstelling.

Samenvatting

Oevererosie vormt wereldwijd een uitdaging voor waterveiligheid en natuur. Harde maatregelen bieden directe bescherming, maar verstoren natuurlijke processen. In de Oosterschelde testen we een door de natuur geïnspireerde strategie met schanskorven gevuld met oesterschelpen. Deze biogene structuren remmen erosie, stimuleren sedimentatie en bevorderen biodiversiteit. Het modulaire ontwerp is gebaseerd op natuurlijke zelforganisatie en kan aangepast worden bij veranderingen in de omgeving. Zo ontstaat een robuuste, adaptieve vorm van oeverbescherming die meebeweegt met natuurlijke processen. De aanpak is schaalbaar en toepasbaar in uiteenlopende waterlandschappen, mits er ruimte is voor dynamiek en adaptief beheer.

Bronnen

  1. Mitchell, M., & Bilkovic, D. M. (2019). Embracing dynamic design for climate-resilient living shorelines. Journal of Applied Ecology, 56(5), 1099-1105.

  2. Van Belzen, J., & Bouma, T. J. (2022). Beschermen van de getijdennatuur in het Verdronken Land van Zuid-Beveland door middel van erosieremmende maatregelen: Een theoretische verkenning naar gebruik van natuurlijke ruimtelijke structuren en materialen (Protecting tidal nature in the Drowned Land of South Beveland using erosion control measures: a theoretical exploration of the use of natural spatial structures and materials). Royal Netherlands Institute for Sea Research (NIOZ) report.

  3. Van Zanten, E., & Adriaanse, L. A. (2008). Verminderd getij. Verkenning naar mogelijke maatregelen om het verlies van platen, slikken en schorren in de Oosterschelde te beperken (Reduced tide: an exploration of possible measures to limit the loss of sandbanks, mudflats and salt marshes in the Eastern Scheldt). Main report of the Directorate-General for Public Works and Water Management (Rijkswaterstaat).

  4. Hillen-Schiller, A. J. et al. (2025). Using photorealistic 3D visualization to convey ecosystem restoration to the public. Frontiers in Climate, 7, 1525331.